Stress wordt vaak gezien als iets mentaals.
Drukte.
Gedachten.
Spanning in het hoofd.
Maar stress leeft vooral in het lichaam.
En daar spreekt het een stille taal.
Geen woorden.
Wel signalen.
Stress is wennen aan te veel
Stress ontstaat niet alleen door wat je meemaakt, maar door hoe lang je systeem onder spanning staat. Een lichaam dat te weinig herstelt, gaat spanning normaal vinden.
Je went aan:
- Een hoge ademhaling
- Strakke schouders
- Een onrustig gevoel
- Slecht slapen
Totdat het niet meer gaat. En omdat het geleidelijk ging zie je het vaak niet aankomen.
Het zenuwstelsel blijft aan staan
Een lichaam dat lang alert moest zijn, blijft dat ook als het gevaar voorbij is. Niet omdat jij dat wil. Maar omdat het systeem zo geleerd heeft.
Daarom helpt “rust nemen” vaak niet. Daarom voelt stilzitten soms onprettig. Daarom komt onrust juist omhoog als je stopt. Het lichaam weet nog niet dat het veilig is.
Stress laat zich niet wegdenken
Je kunt stress niet wegredeneren. Niet wegmediteren. Niet wegplannen. Stress moet ontladen worden. Via het lichaam. Via ademhaling die weer zakt. Via spieren die loslaten. Via een systeem dat weer voelt: ik hoef niet aan.
Dat gebeurt zelden alleen met praten.
Waarom lichamelijk werken zo’n verschil maakt
Het lichaam begrijpt ervaring. Geen uitleg. Daarom kan aanraking, energetisch werk of een moment van diepe ontspanning soms meer doen dan maanden nadenken. Niet omdat het magisch is. Maar omdat het direct communiceert met het zenuwstelsel. En dát is waar stress vastzit.